ARCHITECTUUR EN WIJZE VAN WERKEN

FUNCTIE > identificatie
  Met het toenemen van onze welvaart is inmiddels ook de vraag naar een meer duurzame en tijdloze kwaliteit in de woningbouwarchitectuur enorm gestegen, mede als reactie op de vaak steriele en afgevlakte vormgeving van de afgelopen jaren.
Zelfs de vrolijke modes van roze huisjes raken klaarblijkelijk al gauw gedateerd en ontmaskerd als ‘eendagsvliegen’.
Men wil zich kunnen identificeren met gebouwen die vooral wat meer allure hebben met een persoonlijke uitstraling. "Kleren maken de man". Je huis vertelt wie je bent.
Het imago-aspect blijkt tegenwoordig dan ook het belangrijkste argument bij de keuze voor een nieuw huis.
Architectuur maken betekent voor ons 'bouwen met allure' in een uitgesproken vormgeving, vanuit een eigentijdse visie op de ontwerpopgave, als ook vanuit het besef een schakel te zijn in een continu cultureel proces, geÔntegreerd met kwaliteiten uit de rijke bronnen van de architectuurhistorie.
STRUCTUUR > oriŽntatie
  Om gebouwen te kunnen maken die logisch in elkaar zitten als een 'goed zittend maatpak', is het voor ons vanzelfsprekend om zoveel mogelijk Ūn de huid te kruipen' van de gebruiker zelf.
Het creŽren van een begrijpelijke structuur voor de te ontwerpen gebouwen en voor de stedenbouwkundige samenstelling daarvan, is voor ons het uitgangspunt om tot een goed plan te komen:
op zoek naar oriŽntatiemogelijkheden, ritmiek en variatie. Met rust- en accentpunten: van pleinen en hofjes tot lanen en straatjes, van markante gebouwen op strategische plekken tot verbindende elementen met bijvoorbeeld vrijstaande en geschakelde woningen. Accentuering, repetitie en herkenning vormen daarmee het karakter van een bouwplan voor projecten als een nieuwe woonwijk.
ONTWERP > inspiratie
  De leidraad in ons werk is voor iedere ontwerpopgave het ‘reageren op de omgeving’, zowel de directe, als die in meer regionale zin. In meer overdrachtelijke zin kan dat ook de bouwplaats zelf betreffen: het achterliggende verhaal, de actuele omstandigheden, de geschiedenis van de plek of van hetgeen er gestaan heeft.
Daarom werken wij -van nature- vanuit specifieke (in voorkomende gevallen zelfs tegengestelde) inspiratie, afhankelijk van de bestaande kwaliteit van omgeving en plek. Bijvoorbeeld door zich er aan te conformeren (niet verstoren) of door zich er tegen af te zetten (te verbeteren), door er mee te contrasteren (te respecteren) of door er op te parodiŽren (te relativeren).
Inspiratie is iets dat altijd en overal legitiem is, mits gerelateerd aan de context van de opgave en trouw blijvend aan het eigen ‘handschrift’.
In ons werk kan dat pallet zich daarom uitstrekken van onder meer constructivistische architectuur 1) via fijnmazig geparcelleerde stadsvernieuwing met postmoderne associaties in een laat middeleeuws stedelijk weefsel (Nieuwmarktbuurt Amsterdam 2) ), tot een meer geabstraheerd idioom met wortels in de jaren ’30 3), dan wel vanuit deze oorsprong verdergaand met de technische verworvenheden van nu 4).
Ook kan dit ’reageren op omgeving en omstandigheden’ juist leiden tot meer eigenzinnige autonome vormentaal, zonder voor de hand liggende associaties met het reeds bekende 5).
Samengevat: elke opgave kent in ons werk zijn eigen specifieke antwoord, los van welke -per definitie tijdelijke- trend dan ook.
Gebouwen met karakter reageren op hun omgeving, met opvallende eigenzinnigheid maar ook daarmee verweven.
De enige samenhang in architectuur bij al deze verschillen is wat ons betreft een fijnzinnige detaillering met goede verhoudingen van vlakken, massa’s, ruimten en onderdelen, die het bouwen vooral allure geven, die het spel slank en spannend houden, in de juiste sprekende -of ingetogen- kleuren en materialen, de samenhang waarvan het hoogst-persoonlijke eigen ‘handschrift’ vormend.
Noten  
 

1)

winkelcentrum Muziekwijk Almere, 1991;
inbouwplan gemeentelijk informatiecentrum Zuiderkerk (1611) Amsterdam, 1988 en 1994
(glas- en stalen hang-constructies, juist met het oog op respecteren van het originele werk uit de renaissance);
verbouwing villa Loosdrechtse plassen Breukeleveen, 1996;
woongebouw Scholtenlaan Heemstede, 2000.
2) Zuiderkerkhof, woongebouw – waterval – plein, Amsterdam, 1984;
woongebouw St. Antoniesbreestraat/Snoekjesgracht Amsterdam, 1988.
3) St.Elisabeth Verpleeg- en gasthuis Amersfoort, 1993;
hoofdkantoor woningbouwvereniging Eigen Haard Surinameplein Amsterdam, 1993;
politiebureau Surinameplein Amsterdam, 1993;
woonwijk Florence Nightingalepark Den Haag, 1994;
woonwijk Carnisselande Barendrecht 1998,
woonwijk Anjerdreef Berkel en Rodenrijs 1998,
woonwijk Seinhorst Hilversum 1999,
woningbouw Vinkenstraat/Leeuwerikstraat Hilversum 2000,
woonwijk Overkamp Warnsveld 2000,
woonwijk Sijtwende Voorburg, ontwerp 1999.
4) woongebouw Van der Vennestraat/Trooststraat Den Haag, 1988;
woningbouw Parkweg/Einddorpstraat Voorburg, 1992;
woningbouw Javalaan/Slotlaan Heemstede, 1996;
woonwijk Tuindorp Eemdal Baarn, 1996-’99;
woonwijk Wateringse veld Den Haag, 1998-2000.
5) villawijk Domein Diependaal Hilversum, 1996;
woonwijk Hoge Hoven,Nieuwland Amersfoort, 1997;
woongebouw Ceramplein Amsterdam, 1998;
woongebouw Marnixstraat Amsterdam, 1999;
woongebouw Ambrosiushof, Kerkelanden Hilversum, 2000;
woonwijk Hoogh Teijlingen Voorhout, 2000;
woongebouwen Domein Diependaal Hilversum, ontwerp 2000.
 
Hans Hagenbeek